Fiscale fiches voor erelonen betaald aan artsenpools: (eindelijk) richtlijnen

Vergoedingen voor prestaties door ziekenhuisartsen worden doorgaans centraal geïnd door het ziekenhuis en vervolgens uitbetaald aan de individuele artsen. In de praktijk komt het vaak voor dat de artsen zich verenigen in een pool, zijnde een associatie of maatschap, zonder rechtspersoonlijkheid, die de erelonen van het ziekenhuis ontvangt en daarna via een bepaalde verdeelsleutel aan de artsen doorstort.

Als belastingplichtige in de rechtspersonenbelasting is het ziekenhuis in principe verplicht om de erelonen jaarlijks te rapporteren op individuele fiscale fiches (281.50), waarbij het bedrag en de verkrijger aan de fiscus kenbaar worden gemaakt. Doet het ziekenhuis dit niet, dan stelt het zich mogelijk bloot aan de zgn. ‘aanslag geheime commissielonen’, die 103% bedraagt van de niet-correct gerapporteerde erelonen.

Fiche op naam van de pool of op naam van de individuele artsen?

Doorgaans hebben de ziekenhuizen echter geen zicht op de interne verdeelsleutel van de pool, zodat zij in dergelijk geval vaak slechts één fiche opstelden voor het volledige bedrag, op naam van de pool. Zij meenden hiervoor steun te vinden in een specifiek standpunt van de fiscus uit 2012 voor vergoedingen die door het RIZIV aan lokale overlegcomités (‘LOK’) werden gestort. Hier liet de fiscus immers toe dat de fiche werd opgesteld op naam van de LOK-verantwoordelijke.

Deze praktijk werd op de korrel genomen door de BBI. In de pers verscheen o.m. de casus van het Ziekenhuis Oost-Limburg, dat zich blootstelde aan een ‘monsterboete’ van 103% op de uitbetaalde erelonen.

Gelet op de onduidelijkheden bij de ziekenhuizen en hun adviseurs kwam er op 1 juni 2017 een standpunt van de medische belangengroep Zorgnet-Icuro, dat zijn leden aanspoorde de fiches voor inkomstenjaar 2016 op te stellen op naam van de pool voor het volledige bedrag, en in de commentaarzone van de fiche de achterliggende leden te identificeren.

Toen ook de Minister van Financiën zich in 2017 distantieerde van de praktijk dat slechts één fiche wordt opgesteld, op naam van de pool, was de impasse voor de sector compleet. In een antwoord op een Parlementaire Vraag bevestigde de Minister immers dat in principe een fiche moet worden opgesteld op naam van elk lid van de pool, met zijn of haar deel in de inkomsten.

Richtlijnen via de FOD Volksgezondheid

Dit alles leidde tot overleg tussen de FOD Financiën en FOD Volksgezondheid, hetgeen zeer recent resulteerde in een brief van de FOD Volksgezondheid aan de ziekenhuizen. Samengevat komt deze brief erop neer dat er geen fiche meer mag worden opgemaakt op het niveau van de pool, doch individuele fiches per individueel lid, voor hun respectievelijk deel in de inkomsten.

Dit vereist wel dat het ziekenhuis een zicht heeft op de interne verdeelsleutel van de pool, waar in de praktijk vaak het schoentje wringt. Indien het ziekenhuis niet tijdig wordt geïnformeerd omtrent deze interne verdeling, dient het individuele fiches op te maken o.g.v. de RIZIV/VI-gegevens en niet op grond van de werkelijke stortingen door de pool aan de individuele zorgverleners. Dit laatste is geenszins in het belang van de individuele artsen, aangezien dit opnieuw tot discrepantie aanleiding zal geven tussen de bedragen op de individuele fiches en de door de individuele artsen in hun aangiften gerapporteerde bedragen.

Knoop nog steeds niet ontward

Los van de juridische waarde van dit schrijven (dat uitgaat van de FOD Volksgezondheid), wordt er ook expliciet gesteld dat de nota en de voorliggende verduidelijking van de richtlijnen zich niet uitspreken of doorwerken op lopende geschillen. Het zou enkel een uitspraak doen over de fiches vanaf inkomstenjaar 2017, die uiterlijk eind juni 2018 moeten zijn ingediend.

Wie zat te wachten op de langverwachte ontknoping van de ficheproblematiek blijft verweesd achter. Niet alleen komt er geen rechtszekerheid voor ziekenhuizen die in het verleden, te goeder trouw, (globale) fiches hebben opgesteld. Ook voor de toekomst biedt dit geenszins een oplossing voor de praktische moeilijkheden waarmee ziekenhuizen geconfronteerd worden.

De ficheproblematiek beperkt zich trouwens niet tot ziekenhuizen alleen. Ook belastingplichtigen in de vennootschaps- en rechtspersonenbelasting worden geconfronteerd met prestaties van o.m. feitelijke verenigingen waarvoor zij een fiche moeten opstellen. Deze richtlijnen brengen voor hen evenmin soelaas.

Indien u verdere vragen heeft omtrent deze problematiek of u een beter zicht wenst te krijgen van de impact op uw concrete situatie, kan u steeds met Mythra Fiscale Advocaten contact opnemen.