Vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing bij onderzoek en ontwikkeling: nu ook voor bachelors

België zet hoog in op onderzoek en ontwikkeling (‘O&O’) met fiscale incentives zoals de innovatie-aftrek, het belastingkrediet voor O&O en de gedeeltelijke vrijstelling van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor O&O. Deze laatste maatregel wordt in de wet van 25 december 2017 tot hervorming van de vennootschapsbelasting nu uitgebreid, door de regeling (weliswaar gefaseerd) ook open te stellen voor bepaalde houders van een bachelorsdiploma. Nu de definitieve wettekst bekend is, blijkt wel dat de regeling voor bachelors niet helemaal gelijk loopt met die voor de masters en doctorandi. Uit de wet blijkt ook dat de ene bachelor de andere niet is…

Inzetten op O&O

België levert sinds jaar en dag inspanningen om zich te profileren als een land met een aantrekkelijk investeringsklimaat, onder meer door fiscale incentives toe te kennen voor O&O. Hoewel het initiatief op dit gebied in de eerste plaats op Europees niveau te zoeken valt, heeft ons land ook zelfstandig reeds goed werk geleverd en scoort België qua investeringen in O&O duidelijk boven het Europees gemiddelde. Incentives zoals de aftrek voor innovatie-inkomsten, de investeringsaftrek en het belastingkrediet voor O&O lijken dus hun vruchten af te werpen.

Significante besparing via gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing

Nog zo’n populaire maatregel is de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor O&O van artikel 275/3 WIB. Deze regeling houdt, samengevat, in dat ondernemingen die onderzoekers tewerkstellen in het kader van een onderzoeks- of ontwikkelingsproject, de bedrijfsvoorheffing die ze op de bezoldigingen van deze personen inhouden, slechts voor 20% dienen door te storten naar de Staat. De overige 80% kunnen de ondernemingen-werkgevers zelf behouden (die wel deel uitmaakt van de belastbare basis).

Aangezien de bedrijfsvoorheffing een belangrijke kost uitmaakt, kan deze maatregel voor veel werkgevers een significante besparing vormen. Nochtans stellen wij in de praktijk vast dat veel werkgevers kwalificeren voor deze fiscale incentive, maar hier (nog) geen gebruik van maken.

Uitbreiding vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing naar bachelors

Tot voor kort dienden bovengenoemde onderzoekers wel aan enkele diplomavereisten te voldoen om de gedeeltelijke vrijstelling te kunnen genieten. Het moest immers gaan over doctors of de houders van een masterdiploma in enkele vakgebieden die worden opgesomd in art. 275/3, §2, 2° WIB (onder meer wetenschappen, geneeskunde, architectuur enz.).

Reeds in het zomerakkoord (2017) gaf de regering-Michel aan deze fiscale stimulus verder te willen uitbreiden, door de regeling open te stellen voor bepaalde houders van bachelorsdiploma’s. Het was dan ook uitkijken naar de tekst van de wet om te weten te komen over welke bachelors het juist zou gaan.

Die tekst is er ondertussen. De wet van 25 december 2017 tot hervorming van de vennootschapsbelasting leert ons dat de wetgever een onderscheid maakt tussen academische bachelors enerzijds en professionele bachelors anderzijds.

Voor wat betreft de kwalificerende academische bachelors, verwijst de wet simpelweg naar de studiegebieden die al werden opgesomd voor de houders van een doctoraat of masterdiploma (zie boven).

Voor professionele bachelors daarentegen, werden enkele nieuwigheden toegevoegd. In de Vlaamse Gemeenschap betreft het de volgende studiegebieden: biotechniek, gezondheidszorg, industriële wetenschappen en technologie, nautische wetenschappen, productontwikkeling of handelswetenschappen en bedrijfskunde (evenwel beperkt tot opleidingen die in hoofdzaak gericht zijn op informatica).

Regeling niet geheel gelijklopend

De wetswijziging betekent een meer dan behoorlijk bijkomend voordeel voor zij die actief zijn in O&O. Toch moet men ook enkele beperkingen in acht nemen.

Ten eerste heeft de regering er voor geopteerd om deze wijziging “gefaseerd” in werking te laten treden. Concreet houdt dit in dat de vrijstelling tijdens de eerste twee jaren (op de bezoldigingen toegekend vanaf 1 januari 2018 tot 31 december 2019) slechts ten belope van 40% geldt. Vanaf 2020 zou het de bedoeling zijn dit ook op te trekken naar 80%, zoals dit op heden reeds het geval is voor masters en doctorandi.

Een tweede beperking waarmee in de praktijk rekening zal moeten worden gehouden, ligt erin dat het totale bedrag van de vrijstelling voor de tewerkgestelde bachelors niet hoger mag zijn dan een vierde van het totale bedrag van de totale vrijstelling (of de helft bij ondernemingen die als “kleine vennootschappen” worden aangemerkt op grond van artikel 15, §§1 tot 6 van het Wetboek Vennootschappen). De wetgever gaat er van uit dat de intellectuele ontwikkeling van onderzoeksprojecten voornamelijk wordt gedragen door de houders van een diploma van master of doctor en dat de houders van bachelorsdiploma’s eerder ondersteunende taken zullen vervullen.

Hoe dan ook is het als onderneming die dergelijke personen tewerkstelt (en dat in de correcte context doet), zéér belangrijk te weten dat deze wijzigingen reeds vanaf 1 januari 2018 in werking zijn getreden. In principe kan men de gedeeltelijke vrijstelling nu dus reeds inroepen, op voorwaarde dat uw O&O-activiteiten werden aangemeld bij BELSPO (POD Wetenschapsbeleid).

Meer weten over deze vrijstelling? Neem dan gerust contact op met ons. Mythra heeft een ruime ervaring in het aanmelden van projecten of programma’s die voor de vrijstelling in aanmerking komen, en in het aanvragen van een (bindend) advies over de vraag of de voorgelegde projecten of programma’s binnen het toepassingsgebied van de vrijstelling vallen.